Supermarkten in heel Europa hebben een enorme invloed. Consumenten gaan er kopen. Boeren en leveranciers verkopen aan hen. Werknemers en klein boeren over de hele wereld zijn er van afhankelijk voor hun levensonderhoud. Overheden luisteren naar hen. Hun dominantie in het aandeel van de markt en hun dubbele rol als kopers en verkopers van producten geven hun een verborgen en onaantastbare macht die de levens van letterlijk iedereen beïnvloed. Daaruit vloeit voort dat iedereen die bezorgd is om armoede en globale ongelijkheid niet rond de controversiële thema’s van supermarkten heen kan. Aankoop en verkoop strategieën hebben een directe impact op het milieu, de economie en de rechten van ons allen, zowel in Europa als in de rest van de wereld.

Met toenemende marktconcentratie neemt ook de afhankelijkheid van de producenten aan supermarkten toe. Terwijl de supermarkten hun winsten blijven garanderen blijven de omstandigheden in de keten verslechteren: kleine producenten worden in de meeste landen van het Zuiden uit de markt gedreven en vervuiling neemt toe.

De meest verwoestende voorbeelden van oneerlijke handelspraktijken zijn:

Unilaterale prijsdrukking door supermarkten, zonder consultative met de leveranciers.

Het retroactief veranderen van handelsakkoorden

Het verschuiven van uitgaven en risico naar de producenten op oneerlijke wijze.

Het prompt beëindigen van handelsrelaties en dit op oneerlijke grond

Het op korte termij veranderen van de order

Het dreigen met stopzetten van handelsakkoorden als producenten niet akkoord gaan met de uitgebreide eisen van de supermarkten

Buitenproportionele boetes aanrekenen al seen producent de afgesproken hoeveelheden niet haalt.

Dit soort praktijken worden maar zelden aangekaart door producenten, omdat ze onder de constante dreiging leven om hun belangrijkste afnemer te verliezen en dus hun levensonderhoud. Oneerlijke handelspraktijken zijn erg moeilijk door een enkele producent te veranderen, zelfs voor producenten uit het globale Noorden. In ontwikkelingslanden, waar de sociale zekerheid onderontwikkeld is en de mogelijkheden tot werk zeldzaam, zijn de effecten nog verwoestender.

De laatste jaren werd het problem van oneerlijke handelsprakrijken erkent en bediscussiëerd op Europee beleidsniveau. Maar tot vandaag weerhoud de Europese Commissie zich van de implementatie van een legaal bindend kader voor de belanghebbenden. Er werden slechts een paar vrijwillige initiatieven met de industrie ondernomen, zoals de wijdverspreide en populaire standaarden van de BSCI en de SA-8000. Helaas hebben deze marginale inspanningen weinig tot geen effect op de levensomstandigheden van mensen op plantaties of in fabrieken.